Standpunt · 2 juli 2026
Op 30 juni 2026 verwierp de Tweede Kamer de Wet vrij en veilig onderwijs. De verplichte externe vertrouwenspersoon op elke school is daarmee van tafel. De reden waarom een school die onafhankelijke stem nodig heeft, verdween niet mee.
De Wet vrij en veilig onderwijs wilde elke school een interne en een externe vertrouwenspersoon laten aanstellen, met daarnaast een veiligheidscoordinator, een jaarlijkse evaluatie en strengere eisen aan de klachtenregeling. Op 30 juni 2026 stemde de Tweede Kamer tegen het voorstel. Een belangrijk bezwaar: de wet zou te veel op registratie en te weinig op preventie sturen. Het ministerie liet weten dat het te vroeg is om te zeggen of er een nieuw voorstel komt.
Voor scholen betekent dat: geen nieuwe verplichting. Maar ook: het onderliggende vraagstuk ligt er nog onverkort. Een veilige school maakt zichzelf niet met een wet, en verliest die opdracht ook niet als een wet uitblijft.
Er verandert juridisch weinig, omdat de fundamenten al bestonden. De Arbowet vraagt elke werkgever, ook een school, om beleid tegen ongewenst gedrag zoals pesten, agressie en intimidatie. De Wet veiligheid op school vraagt een veiligheidsbeleid, jaarlijkse monitoring en een aanspreekpunt. En in bijna duizend onderwijsbesturen zagen wij dat de klachtenregeling vrijwel altijd een vertrouwenspersoon benoemt.
De vertrouwenspersoon was dus nooit een product van deze ene wet. Die wet zou een praktijk bekrachtigen die er in het onderwijs allang is.
Een interne vertrouwenspersoon kent de school, de gangen en de mensen. Dat is waardevol en dichtbij. Maar precies die verbondenheid heeft een grens. Als een kwestie de schoolleiding of het bestuur zelf raakt, is de interne route soms geen veilige route. Dan is er iemand nodig die buiten de lijnen staat.
De externe Vertrouwenspersoon+ heeft geen belang bij de uitkomst en geen plek in de hierarchie. Dat maakt het mogelijk om vrijuit te praten, ook als het over de mensen boven je gaat.
Dichtbij de kwestie-inbrenger, maar niet verweven met de organisatie. De inbrenger bepaalt wat er met een kwestie gebeurt. De Vertrouwenspersoon+ faciliteert, stuurt niet.
Zelfs het verworpen voorstel erkende dat kleine scholen met alleen een externe vertrouwenspersoon toe kunnen. Voor hen is die externe stem vaak de enige echt onafhankelijke route.
Intern en extern zijn geen concurrenten, ze vullen elkaar aan. De interne is dichtbij, de externe staat erbuiten. Samen dekken ze wat een van beide alleen niet kan. In onze praktijk komt een deel van de contacten juist van interne vertrouwenspersonen die ons consulteren als een kwestie te dichtbij komt.
De verwerping verandert niets aan wat een kwestie-inbrenger nodig heeft: een plek waar het verhaal veilig is, iemand die naast je staat, en duiding zonder verdict. Dat blijft het werk, met of zonder wet.